Het duiken met haaien behoort voor veel duikers tot de meest fascinerende ervaringen. Omdat veel haaisoorten echter schuw zijn of zich op grote diepten bevinden, gebruiken aanbieders verschillende methoden om waarnemingen mogelijk te maken. Deze variëren van observerend duiken zonder voeren via het lokken met chumming tot directe voeding.
De discussie over deze praktijken omvat zowel ecologische, gedragsbiologische als veiligheidstechnische aspecten. Critici vrezen dat haaien door bijvoeren geconditioneerd kunnen worden, mensen in de toekomst met voedsel gaan associëren en dat daardoor de risico’s voor duikers, zwemmers of kustbewoners zouden toenemen. Voorstanders benadrukken de economische voordelen en de bijdrage aan haaiobservatie. Wetenschappelijke onderzoeken naar deze effecten leveren gedifferentieerde resultaten. Deze variëren van kortdurende gedragsveranderingen tot geen langdurige effecten.
Welke methoden van lokken en voeren zijn er?
In de context van haaiobservatieduiken worden verschillende lokmethoden gebruikt. Ze verschillen in doel, toepassing en de invloed op het gedrag van de dieren.
Wat is chumming (aanlokken / berley)?
Bij chumming worden visresten, bloed of verkleinde aasdelen in het water gebracht om een geurstroom te creëren waar haaien op kunnen afgaan. Het doel is om haaien in de buurt van de duikboot of het observatiepunt te lokken, zonder ze daadwerkelijk te voeren.
Wat zijn voerkisten?
Voerkisten zijn geperforeerde metalen kooien of tonnen met voer die in het water hangen of op de zeebodem staan. Haaien proberen bij de inhoud te komen, maar hoeven niet per se uit de hand van de duiker te eten.
Wat is provisioning?
Bij voederen wordt zichtbare voeding zoals stukjes vis rechtstreeks in het water gebracht, zodat haaien deze actief consumeren. Dit verschilt van chumming, omdat hier daadwerkelijk voer aanwezig is en niet alleen een geurstroom.
Haiduiken zonder voeren of lokmiddelen
Onder natuurlijke omstandigheden probeert men met haaien te duiken zonder extra prikkels zoals geur of voer. Deze methode beïnvloedt het gedrag van de dieren het minst en toont het meest natuurlijke gedrag.
Voor- en nadelen van de methoden
Voordelen
- Verhoogde kans op waarneming: Vooral bij schuwe of wijdverspreide soorten vergroten lokmethoden de kans op waarnemingen.
- Economisch voordeel: Aantrekkelijke haai-ervaringen versterken het lokale toeristische aanbod en kunnen economische perspectieven voor kustgemeenschappen bieden.
- Wetenschappelijke gegevensproductie: Herhaalde ontmoetingen maken longitudinale studies naar gedrag en populaties mogelijk.
Nadelen en risico’s
- Gedragsveranderingen door lokaasprikkel: Het uitzetten van chum kan haaien ertoe brengen vaker op één locatie te verblijven of hun bewegingspatronen te veranderen.
- Agressie tussen haaien: Sterke concurrentie om aangeboden voedsel kan leiden tot opvallender gedrag.
- Bijtgevaar voor duikers: Direct voeren en nauwe interacties met haaien verhogen mogelijk het risico op ongewenste contacten of beten.
- Ecologische verstoringen: Regelmatig lokken kan de natuurlijke jacht- en verblijfspatronen ter plaatse veranderen.
Mythen en feiten over conditionering
Feit: conditionering is mogelijk, maar niet eenduidig
Empirisch onderzoek toont aan dat lokken en voederen in sommige gevallen gedragsveranderingen kunnen veroorzaken. In één geval met stierhaaien bleek echter dat langdurig voederen geen duidelijke langdurige gedragsveranderingen of een blijvende associatie mens = voer veroorzaakte.
Feit: gedrag verandert op korte termijn
Haaien vertonen vaak een verhoogde activiteit en een langere verblijfsduur in de buurt van voederplaatsen of chum-gebieden, wat in de directe context kan worden gezien als een gedragsreactie.
Mythe: blijvende associatie mens = voedsel
Ondanks veel bezorgdheid is er tot nu toe geen betrouwbaar wetenschappelijk bewijs dat haaien buiten de directe voederzone mensen blijvend met voedsel associëren en daardoor agressiever worden. Met name sterk mobiele soorten zoals Witte haaien of Tijgerhaaien tonen geen duidelijke langetermijnveranderingen in bewegings- of jachtpatronen die uitsluitend aan toeristisch voeren kunnen worden toegeschreven.

