Eén tand uit een Portugese museumcollectie vertelt over witte haaien in de Atlantische Oceaan, ongeveer 3,5 miljoen jaar geleden. Het fossiel werd lange tijd aan megalodon toegeschreven. In hun studie uit 2010 identificeerden Miguel Telles Antunes en Ausenda Cáceres Balbino het echter als een tand van een witte haai (Carcharodon carcharias). Daarmee beschreven zij het eerste destijds erkende fossiele bewijs van deze soort in Portugal.
Van het graven van een put naar een museumcollectie
De tand komt uit Matos, ongeveer anderhalve kilometer ten zuidoosten van Marinha Grande in West-Portugal. Hij werd gevonden bij het graven van een put en kwam samen met andere fossielen bij de Universiteit van Coimbra terecht. Al in 1941 werd hij vermeld als Carcharodon megalodon, de naam waaronder megalodon toen bekendstond.
Tientallen jaren later vond Pedro Callapez het stuk in de collectie van Coimbra terug voor nieuw onderzoek. Het draagt collectienummer 496. De publicatie uit 2010 berust dus op de heridentificatie van een al lang bekende vondst.
Waaraan de tand van een witte haai te herkennen is
Antunes en Balbino identificeerden het fossiel als een zijtand uit de rechterbovenkaak. Volgens hun onderzoek wijzen onder meer de relatief platte, dunne vorm, de onregelmatige karteling van de snijranden en de platte wortel op een witte haai. Ook ontbreekt een duidelijk afgebakende, verdiepte zone aan de tongzijde van de kroonbasis, die kenmerkend is voor megalodontanden.
De kroon is 31,3 millimeter hoog en 33,2 millimeter breed. Door vergelijking met een witte haai van bekende lengte schatten de onderzoekers de totale lengte van het dier op ongeveer vier meter. Die schatting is afgeleid van de tand; een bijbehorend skelet is niet beschikbaar. Slijtage en kleine beschadigingen aan de snijranden zagen zij als aanwijzingen dat de tand na gebruik was uitgevallen.
Een bewijs uit het Plioceen
Het fossielhoudende zand en de conglomeraten ontstonden toen de zee delen van het huidige land overspoelde. Op basis van bijbehorende weekdierfossielen en kalkhoudende microfossielen plaatste de studie de afzettingen in het late Zanclien tot vroege Piacenzien. Deze tijdvakken behoren tot het Plioceen; de auteurs noemen een ouderdom van ongeveer 3,5 miljoen jaar. De tand zelf werd niet radiometrisch gedateerd.
De vondst vult het beeld aan van de vroegere verspreiding van de witte haai in de oostelijke Atlantische Oceaan. Ze laat zien dat de soort in het Plioceen al leefde in de wateren van het huidige Portugal. Wanneer hij daar voor het eerst voorkwam, valt er niet uit af te leiden: het eerste herkende fossiele bewijs hoeft niet samen te vallen met het werkelijke begin van zijn aanwezigheid.
Wat één tand niet kan vertellen
Hoe waardevol de heridentificatie ook is als bewijs voor de soort, over de toenmalige populatie zegt zij weinig. Eén tand vertelt niet hoe algemeen witte haaien in deze regio waren. De vondst onderstreept vooral de waarde van wetenschappelijke collecties: nieuw onderzoek aan een fossiel dat al tientallen jaren wordt bewaard, kan de bekende verspreiding van een soort uitbreiden.


