Blinde haai - Brachaelurus waddi

De blinde haai heeft een gedrongen lichaam en licht afgeplatte kop, kleine ogen, opvallende neusdraden en grote spuitgaten achter de ogen. Dit past bij een haai die overdag op de bodem of in rotsspleten rust.

De rug is bruin tot bijna zwart met vaak lichte stippen en donkere zadels; de buik is gelig. Twee ongeveer even grote rugvinnen staan ver naar achteren. Voor de lange staartvin ligt een kleine aarsvin.

Fishes of Australia noemt een maximumlengte van ongeveer 1,2 meter, al blijven veel dieren kleiner. Jonge dieren hebben doorgaans duidelijkere zadels.

De naam betekent niet dat de soort blind is. De ogen werken en worden door sterke oogleden beschermd. Gedrongen vorm, neusdraden, rugvinnen en patroon moeten samen worden bekeken.

Het natuurlijke areaal ligt in de zuidwestelijke Stille Oceaan langs de oostkust van Australië. Bevestigde waarnemingen lopen van zuidelijk Queensland tot zuidelijk New South Wales; oude meldingen elders zijn twijfelachtig.

Verspreidingskaart van de blinde haai Brachaelurus waddi
Chris_huh, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons; gebaseerd op Compagno, Dando en Fowler (2005), van PNG naar WebP omgezet

FishBase noemt het getijdengebied tot circa 140 meter. Rotskusten, riffen, branding, getijdenpoelen en zeegrasvelden zijn kenmerkend. Jonge dieren leven zeer ondiep; volwassen dieren schuilen overdag in grotten.

Deze kustspecialist is afhankelijk van structuur. Spleten, overhangen en grotten bieden overdag dekking; nabijgelegen rotsen en zeegras zijn ’s nachts voedselgebied.

De kaart toont een algemeen traditioneel areaal, geen exacte actuele vindplaatsen. Locatie, diepte, habitat, patroon en foto’s zijn nuttiger bij de beoordeling van een waarneming.

Blinde haaien zijn vooral nachtactief. Overdag rusten ze in grotten of tussen rotsen; ’s nachts zoeken ze op de bodem naar kleine vissen en ongewervelden.

Krabben, garnalen, zeekatten, pijlinktvissen en zeeanemonen behoren tot het voedsel. Neusdraden en reuk helpen bij het zoeken; kleine prooien worden met een korte zuigbeweging gegrepen.

Een voortplantingsstudie uit New South Wales beschrijft aplacentale dooierzaklevendbarendheid. Een worp telt meestal zeven of acht jongen, soms negen.

De geboorte vindt plaats in de Australische lente; pasgeborenen zijn ongeveer 17 centimeter. Ondiepe, structuurrijke kusthabitats bieden beschutting. Groei, leeftijd en bewegingen zijn nog beperkt bekend.

De IUCN Rode Lijst beoordeelt de blinde haai als niet bedreigd. Ondanks het beperkte areaal langs een bevolkte kust is hij algemeen in geschikt habitat.

Het Australische haaienrapport schat het risico eveneens laag, maar meldt regelmatige bijvangst in fuikenvisserij in New South Wales.

Mogelijke druk komt van bijvangst, aantasting van ondiepe rots-, rif- en zeegrashabitats, lokale vangst en slechte statistieken wanneer vergelijkbare bodemhaaien verkeerd worden herkend.

Niet bedreigd betekent niet dat toezicht overbodig is. Goede herkenning, zorgvuldige vrijlating, habitatbescherming en langdurige vangstregistratie blijven verstandig.

Het Australian Museum noemt de blinde haai ongevaarlijk. De naam komt van het stevig sluiten van de ogen wanneer het dier uit het water wordt gehaald, een beschermingsreactie.

Voor duikers is dit een rustige, goed gecamoufleerde bodemhaai. Raak hem niet aan, jaag hem niet uit een schuilplaats en schijn niet langdurig recht in de ogen.

Blijf opzij, houd uitgangen vrij en til het dier nooit op of trek niet aan de staart. Laat gevangen exemplaren in het water en snel vrij.

De soort kan kort buiten water overleven, maar dat is geen reden voor foto’s aan land. Voorzichtig handelen beperkt stress en letsel.

Profiel

  • Eerste beschrijving:(Bloch & Schneider, 1801)
  • Max. grootte:1,2m
  • Diepte:0 - 140m
  • Max. leeftijd: Jahre
  • Max. gewicht:kg
  • Watertype:
  • IUCN-status:

Systematiek

Nieuwsbrief

Haai-alarm in je mailbox

Haai-alarm in je mailbox

Echt nieuws in plaats van mythes!
- Elke 14 dagen nieuw -