Gevlekte tapijthaai - Orectolobus maculatus

De gevlekte tapijthaai Orectolobus maculatus is een grote, afgeplatte tapijthaai. De brede kop, vooraan geplaatste bek en omhoog gerichte ogen passen bij een dier dat overdag dicht tegen de bodem rust.

Fishes of Australia noemt de geelachtige tot groenbruine kleur, grote donkere zadels, lichte ringen en zes tot tien vlezige koplobben aan elke zijde. Samen breken ze de contour op rots, zand, rif en zeegras.

Een grote wobbegong met gebroken contouren

De soort wordt gemakkelijk verward met andere grote wobbegongs. In het veld helpen de lichte ringen in het donkere patroon, het aantal koplobben en de donkere driehoek tussen de ogen.

De gevlekte tapijthaai wordt als Australisch endeem beschouwd. Het hoofdgebied volgt de westelijke, zuidelijke en oostelijke kusten; oudere meldingen uit Japan of de Zuid-Chinese Zee worden meestal als verwisselingen gezien.

Gevlekte tapijthaai Orectolobus maculatus verspreidingskaart
Chris_huh, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons; converted from PNG to WebP

FishBase vermeldt de soort vanaf het getijdengebied tot minstens 110 m, met meldingen uit dieper platwater. Typische plekken zijn rots- en koraalriffen, zandbodems, zeegras, estuaria, pieren en beschutte baaien.

Zuidelijke kusten van Australië

Overdag rusten dieren in grotten, onder richels of gecamoufleerd op de bodem. De kaart toont het grote verspreidingsbeeld, maar lokale ontmoetingen hangen af van schuilplaatsen, gestructureerde bodem en rustige ondiepe kust.

Gevlekte tapijthaaien zijn vooral nachtactief. Overdag vertrouwen ze op camouflage en stil liggen; ‘s nachts zoeken ze over de bodem of wachten ze in hinderlaag op vissen, kreeftachtigen en koppotigen.

Animal Diversity Web beschrijft een dieet met bodemvissen, roggen, kleine haaien, krabben, kreeften en octopussen. De brede bek en keel helpen om prooi naar binnen te zuigen.

Hinderlaagjacht en levende jongen

De soort brengt levende jongen ter wereld nadat embryo’s zich in de moeder op dooierreserves ontwikkelen. Nesten van ongeveer 20 jongen zijn bekend; jonge dieren gebruiken ondiepe, structuurrijke habitats.

De IUCN Red List beoordeelt de gevlekte tapijthaai wereldwijd als niet bedreigd. Dat betekent niet dat elke lokale populatie even veilig is.

Omdat de soort kustgebonden, plaatsvast en algemeen in ondiepe habitats is, kan regionale visserijdruk belangrijk zijn. Gerichte vangst, bijvangst, potten, netten, haken en verlies van kraamgebieden zijn de hoofdpunten.

Niet bedreigd, maar regionaal gevoelig

De Australian Shark Report Card noemt lage vangsten in veel staten, maar ook historische achteruitgang in New South Wales en maatregelen zoals vangstlimieten. Goede herkenning en bescherming van ondiepe habitats blijven belangrijk.

Voor duikers is de gevlekte tapijthaai een indrukwekkende maar meestal rustige bodemhaai. Juist de camouflage vraagt om langzaam en respectvol naderen: een rustend dier raak je niet aan.

Het Florida Museum merkt op dat wobbegongs hard kunnen bijten, vooral wanneer erop wordt gestapt, ze worden vastgepakt, aan de staart getrokken, ingesloten of aangeraakt tijdens vissen en speervissen.

Rustig kijken, nooit aanraken

Onder water: benader van opzij, houd afstand, steek geen handen in spleten, blokkeer geen uitgang en laat een vluchtweg vrij. De meeste beten zijn te voorkomen wanneer het dier niet wordt geprovoceerd.

Profiel

  • Eerste beschrijving:(Bonnaterre, 1788)
  • Max. grootte:3,20m
  • Diepte:0 - 218m
  • Max. leeftijd: Jahre
  • Max. gewicht:kg
  • Watertype:Zout water
  • IUCN-status:Niet bedreigd

Systematiek

Nieuwsbrief

Haai-alarm in je mailbox

Haai-alarm in je mailbox

Echt nieuws in plaats van mythes!
- Elke 14 dagen nieuw -