Pyjamahaai - Poroderma africanum

De pyjamahaai is een slanke kathaai met vijf tot zeven brede, donkere lengtestrepen die vanaf de kop over het lichaam naar de staart lopen. Op de lichtbruine tot grijze ondergrond, zonder de vele rugvlekken van verwante soorten, is dit patroon bijzonder herkenbaar.

De kop is kort en breed en de snuit stomp afgerond. Kleine neusdraden reiken niet tot de bek, de ovale ogen staan hoog op de kop en daarachter liggen kleine spuitgaten. De twee doornloze rugvinnen staan ver naar achteren; de tweede is duidelijk kleiner.

Het staartgedeelte is lang, met een krachtige bovenlob en een nauwelijks ontwikkelde onderlob. Volwassen dieren blijven meestal ruim onder een meter; gepubliceerde maxima liggen rond 95 tot 100 centimeter. De FAO-soortencatalogus noemt de strepen, korte neusdraden en ver naar achteren geplaatste rugvinnen als betrouwbare veldkenmerken.

De pyjamahaai is endemisch voor de kust van Zuid-Afrika. Het bevestigde verspreidingsgebied loopt langs de zuidoostelijke Atlantische Oceaan, rond de Kaap en tot in de westelijke Indische Oceaan; vooral tussen Saldanha Bay en East London is de soort algemeen.

Verspreidingskaart van de pyjamahaai Poroderma africanum
Chris_huh, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons; van PNG naar WebP geconverteerd

FishBase beschrijft hem als een bodembewoner van het continentaal plat. Hij leeft van de getijden- en brandingzone tot minstens ongeveer 100 meter diep; losse waarnemingen komen van 282 meter. Oude vermeldingen uit Madagaskar, Mauritius en noordelijker gebieden zijn niet bevestigd.

Rotsriffen, kelpwouden, grotten en spleten vormen kenmerkend leefgebied, naast zandbodems vlak bij harde structuren. Overdag schuilen afzonderlijke dieren of kleine groepen onder overhangen; ’s nachts trekken ze eropuit. De kaart toont een globaal historisch areaal en geen scherpe grens voor actuele waarnemingen.

Pyjamahaaien zijn vooral ’s nachts actief en blijven dicht bij de bodem. Overdag rusten ze in grotten of rotsspleten; na zonsondergang zoeken ze riffen, kelp en aangrenzende zandvlakten af naar prooi.

De SANBI Biodiversity Advisor noemt koppotigen, kreeftachtigen, kleine beenvissen, tweekleppigen en borstelwormen als belangrijk voedsel. Ook kleine haaien, roggen en eikapsels kunnen worden gegeten. Bij een aanval op een octopus of zeekat kan de haai stukken lostrekken door zijn lichaam te draaien.

Een recente onderzoek naar trofische ecologie bevestigt een breed dieet en verschillen tussen jonge en volwassen dieren. De soort legt eieren: een vrouwtje zet meestal twee donkere, rechthoekige eikapsels tegelijk af en bevestigt die met lange draden aan kelp of rotsen. Bij het uitkomen zijn de jongen ongeveer 14 tot 15 centimeter lang.

De Rode Lijst van de IUCN beoordeelt de pyjamahaai als Niet bedreigd. De soort is algemeen in geschikt Zuid-Afrikaans kusthabitat, geldt als betrekkelijk veerkrachtig en bij de laatste beoordeling was geen aanhoudende afname bekend.

Het Zuid-Afrikaans soortprofiel beschrijft niettemin contact met verschillende visserijen. Bodemtrawls, commerciële en recreatieve lijnvisserij, kreeftenvallen, strandzegens en kieuwnetten kunnen de soort als bijvangst vangen.

Zuid-Afrikaanse regels verbieden het behouden van de soort in bepaalde commerciële lijnvisserijen en beperken recreatieve vangsten. Door zijn sterke plaatstrouw en kleine verspreidingsgebied kunnen lokale groepen kwetsbaar zijn. Zorgvuldig terugzetten, bescherming van kelp en rotsriffen en betrouwbare bijvangstgegevens blijven belangrijk.

Het Florida Museum beschrijft de pyjamahaai als ongevaarlijk voor mensen. Zijn duidelijke strepen, ondiepe kusthabitat en rustplaatsen in Zuid-Afrikaanse kelp- en rotsriffen maken hem aantrekkelijk voor duikers.

Een rustende haai mag nooit uit een grot worden getrokken, aangeraakt of voor een foto verplaatst. Door aan de zijkant te blijven, de uitgang vrij te laten en de ogen niet langdurig rechtstreeks te belichten, kan natuurlijk gedrag worden bekeken.

Bij een onbedoelde vangst blijft de haai bij voorkeur in het water en wordt hij snel vrijgelaten, zonder hem aan staart of kieuwen te dragen. Eikapsels op kelp of rotsen horen te blijven zitten. Aquaria leverden waarnemingen over groei en eiontwikkeling, maar voldoende bodemruimte, schuilplaatsen, goede waterkwaliteit en deskundige zorg zijn noodzakelijk.

Profiel

  • Eerste beschrijving:(Gmelin, 1789)
  • Max. grootte:m
  • Diepte:0 - 108m
  • Max. leeftijd:25 Jahre
  • Max. gewicht:kg
  • Watertype:
  • IUCN-status:

Systematiek

Nieuwsbrief

Haai-alarm in je mailbox

Haai-alarm in je mailbox

Echt nieuws in plaats van mythes!
- Elke 14 dagen nieuw -