Zilverpunthaai - Carcharhinus albimarginatus

Algemene lichaamsbouw

De zilverpunthaai Carcharhinus albimarginatus heeft een krachtige, spoelvormige lichaamsbouw. De lichaamsvorm is aangepast aan krachtig, langdurig zwemmen in open water. De romp is gespierd, de doorsnede bijna rond. Volwassen dieren bereiken doorgaans 2 tot 2,5 meter lengte, individuele exemplaren worden groter.

De rugkleur is grijsbruin tot bronskleurig. De buikzijde is duidelijk lichter. Kenmerkend zijn de opvallend witte uiteinden van alle vinnen. Deze tekening gaf de soort haar naam en dient als belangrijk identificatiekenmerk.

Hoofd en snuitvorm

De kop is breed met een relatief korte, stomp afgeronde snuit. De ogen zijn middelgroot en hebben een knipvlies. Deze beschermende membraan kan het oog bij bijtbewegingen afdekken.

De neusopeningen bevinden zich aan de onderzijde van de snuit en zijn voorzien van huidlappen die de waterstroom over de reukreceptoren leiden. Net als andere soorten van het geslacht Carcharhinus beschikt de zilverpunthaai over vijf kieuwspleten aan elke zijde.

Gebit en tandmorfologie

Het gebit is heterodont. De boven- en onderkaak dragen verschillend gevormde tanden.

  • De bovenste tanden zijn breed, driehoekig en duidelijk getand.
  • De onderste tanden zijn smaller, spits en eveneens getand.

Deze tandstructuur maakt zowel het vasthouden als het uitrukken van grotere prooistukken mogelijk. De tandrijen worden continu vervangen. Meerdere vervangende rijen liggen achter de actieve tandrij.

Vinmorfologie

De eerste rugvin is groot, sikkelvormig en begint ongeveer boven de achterste aanzet van de borstvinnen. De tweede rugvin is duidelijk kleiner, maar relatief sterk ontwikkeld in verhouding tot de lichaamsgrootte.

De borstvinnen zijn lang en sikkelvormig. Hun vorm stabiliseert de opdrijfkracht en maakt gecontroleerde richtingsveranderingen mogelijk. De buikvinnen zijn middelgroot. De anaalvin is klein, maar functioneel stabiliserend.

De staartvin is asymmetrisch. De bovenste lob is sterk verlengd. Deze heterocerkale staartvorm genereert voortstuwing en tegelijkertijd lichte opdrijfkracht, omdat haaien geen zwemblaas hebben.

Huidstructuur en dermale dentikels

De huid is bedekt met placoïde schubben, ook dermale dentikels genoemd. Deze microscopisch kleine structuren hebben een getande oppervlakte. Ze verminderen de waterweerstand en verbeteren de stroming langs het lichaam.

De structuur van het oppervlak van de dentikels biedt bovendien bescherming tegen parasieten en mechanische beschadiging. Onderzoek naar stroomlijnoptimalisatie bij haaien toont aan dat dergelijke huidstructuren de energie-efficiëntie tijdens het zwemmen meetbaar verbeteren.

Zintuigen

Ampullen van Lorenzini

Zoals alle moderne haaien heeft ook der Silberspitzenhai een ontwikkeld elektroreceptiesysteem. De ampullen van Lorenzini zijn met gel gevulde kanalen in het hoofdgebied. Ze registreren zwakke elektrische velden die voortkomen uit de spieractiviteit van andere dieren.

Zijlijnorgaan

Langs de zijkanten van het lichaam loopt het zijlijnorgaan. Het reageert op drukveranderingen en waterbewegingen. Dit systeem maakt de waarneming van bewegingen mogelijk, zelfs bij beperkt zicht.

Reukzin

Het reukorgaan is sterk ontwikkeld. Water stroomt continu over geplooide reuklamellen. Geurstoffen worden zelfs in zeer lage concentraties waargenomen.

Skelet en spieren

Het inwendige skelet bestaat uit kraakbeen. Kraakbeen is lichter en flexibeler dan bot. Deze bouw vermindert het lichaamsgewicht en vergroot de beweeglijkheid.

De spieren zijn gesegmenteerd opgebouwd. Een groot deel bestaat uit rode spiervezels voor langdurig zwemmen. Witte spiervezels maken snelle versnellingen mogelijk. Deze combinatie is typisch voor actieve pelagische haaien.

Afgrenzing ten opzichte van vergelijkbare soorten

De witte vinpunten onderscheiden de zilverpunthaai duidelijk van de grijze rifhaai (Carcharhinus amblyrhynchos). Bij de grijze rifhaai zijn de vinranden donkerder gekleurd. Ook lijken de lichaamsverhoudingen bij de zilverpunthaai robuuster.

De combinatie van een stevig lichaam, grote sikkelvormige vinnen en opvallende witte punten maakt Carcharhinus albimarginatus anatomisch duidelijk herkenbaar.

Overzicht van functionele aanpassingen

Kenmerk Functie
Spindelvormig lichaam Verminderde waterweerstand
Grote eerste rugvin Stabilisatie bij snelle richtingsveranderingen
Witte vinpunten Soortkenmerk voor visuele identificatie
Dermale dentikels Optimalisatie van de stroming en bescherming
Heterocerke staartvin Voorstuwing en compensatie van opwaartse kracht

De lichaamsbouw van de zilverpunthaai is consequent gericht op actieve, krachtige voortbeweging en precieze zintuiglijke waarneming. Anatomie en uiterlijke kenmerken vormen een functionele eenheid die deze soort binnen het geslacht duidelijk karakteriseert.

Geografische verspreiding in het Indo-Pacifische gebied

De Silberspitzenhai Carcharhinus albimarginatus komt voor in het tropische Indo-Pacifische gebied. Zijn verspreidingsgebied loopt van de oostkust van Afrika via het Rode Zee tot in de westelijke en centrale Stille Oceaan. Er zijn waarnemingen bekend onder andere uit de wateren voor de kust van Zuid-Afrika, Mozambique, Madagaskar en de Seychellen.

In de Indische Oceaan komt de soort voor rond eilandgroepen zoals de Maldiven en de Andamanen. In de westelijke Stille Oceaan strekt het verspreidingsgebied zich uit van Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea via de Filipijnen tot Noord-Australië. Ook uit Micronesië, Melanesië en Polynesië zijn bevestigde waarnemingen bekend. In de centrale Stille Oceaan wordt de soort regelmatig op geïsoleerde oceaneilanden gedocumenteerd.

Silberspitzenhai Carcharhinus albimarginatus verspreidingskaart
Chris_huh, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons

De verspreiding is wijdverbreid, maar niet gelijkmatig. Lokale populaties concentreren zich vooral in structuurrijke rifsystemen en afgelegen eilandregio’s met beperkte kustontwikkeling.

Voorkeursleefgebieden

Koraalriffen en rifranden

De zilverpunthaai is nauw verbonden met tropische koraalriffen. Hij maakt gebruik van buitenriffen, rifafgronden en steil aflopende rifranden. Hij wordt vooral waargenomen op blootgestelde plekken met sterke stroming. Deze gebieden bieden stabiele omgevingsomstandigheden en een hoge dichtheid aan riforganismen.

Onderzoeken in beschermde gebieden van de Indopacifische regio tonen aan dat de soort vooral voorkomt op gezonde, complex opgebouwde riffen. Sterk gedegradeerde of overbeviste riffen vertonen duidelijk lagere waarnemingsfrequenties.

Oceaneilanden en atollen

Geïsoleerde oceaneilanden en atollen vormen belangrijke leefgebieden. Daar verblijft de soort langs de steile eilandhellingen en op onderzeese plateaus. Satellietmarkeringen uit het westelijke deel van de Indische Oceaan tonen aan dat individuele dieren langere tijd in de buurt van bepaalde eilandgroepen blijven en slechts beperkte afstanden afleggen.

Deze plaatstrouw duidt op een nauwe binding aan specifieke rifstructuren. Tegelijkertijd zijn incidentele migratiebewegingen tussen aangrenzende rifsystemen gedocumenteerd.

Dieptebereik

De zilverpunthaai gebruikt voornamelijk het bovenste deel van de waterkolom. De meeste waarnemingen komen uit dieptes tussen 0 en 100 meter. Hij kan echter ook aanzienlijk dieper voorkomen. Wetenschappelijke verslagen noemen maximale dieptes van meer dan 800 meter, waarbij dergelijke waarden zeldzaam zijn en meestal op individuele waarnemingen berusten.

In kustgebieden bevindt de soort zich bij voorkeur in heldere, warme wateren. Troebele estuaria of kustzones met veel sediment worden vermeden.

Ecologische randvoorwaarden

De soort is typisch voor tropische watertemperaturen. Haar leefgebied ligt meestal in regio’s met stabiele temperaturen boven de 22 graden Celsius. Koraalriffen met een hoge structurele complexiteit bieden schuilplaatsen en jachtgebieden.

Studies uit mariene beschermde gebieden zoals het Chagos-archipel laten zien dat hoge individuurdichtheden vooral voorkomen in weinig beviste gebieden. Daar behoort de zilverpunthaai tot de dominante grotere haaisoorten in rifsystemen. In intensief gebruikte kustregio’s is hij daarentegen zeldzaam geworden.

Afbakening ten opzichte van kustgebonden en pelagische habitats

In vergelijking met puur kustgebonden soorten mijdt de zilverpunthaai ondiepe lagunes en sterk beïnvloede kustzones. Tegelijk is hij minder pelagisch dan oceanische hoogzeesoorten. Zijn leefgebied ligt vooral in het overgangsgebied tussen rif en open zee.

Deze verbondenheid met rifstructuren maakt de soort bijzonder afhankelijk van intacte koraalecosystemen. Veranderingen door klimaatverandering, koraalverbleking of intensieve visserij hebben directe gevolgen voor haar leefgebieden.

Leefwijze

De Silberspitzenhai behoort tot de actieve offshore rifhaaien van tropische zeeën. Hij gebruikt vooral de buitenste rifkanten, steile drop-offs en eilandnabije oceaangebieden. Daar patrouilleert hij in middeldiepe wateren en beweegt zich regelmatig tussen kustgebonden structuren en open water.

Hij staat bekend als een krachtige, zelfverzekerde jager. Duikobservaties tonen een direct benaderingsgedrag ten opzichte van potentiële prooien. Tegelijk is hij geen plaatsgebonden bodemhaai, maar een mobiele rover met een grote actieradius. Telemetriestudies uit het Indopacifische gebied tonen aan dat individuele dieren binnen enkele dagen meerdere tientallen kilometers kunnen afleggen.

Jonge dieren verblijven vaker in beschutte, ondiepere gebieden. Volwassen dieren domineren geëxposeerde rifzones. Het sociale gedrag is losjes gestructureerd. Af en toe vormen zich losse groepen, vooral daar waar prooi geconcentreerd voorkomt.

Activiteitspatroon

De Silberspitzenhai is voornamelijk schemer- en nachtactief. In deze perioden nemen activiteit en jachtsucces duidelijk toe. Overdag beweegt hij zich rustiger langs rifkanten of in de buurt van onderwaterplateaus.

Voeding en jachtstrategie

Carcharhinus albimarginatus voedt zich vooral van beenvissen. Daartoe behoren rifvissen zoals groupers, makrelen of kleinere tonijnen. Ook inktvissen (kopvoeters) behoren tot zijn voedingspatroon. Af en toe worden kleinere haaien en roggen gevangen.

De jacht verloopt meestal actief en snel. De Silberspitzenhai benut zijn hoge acceleratie om scholen uiteen te drijven. Individuele prooien worden doelgericht achtervolgd. Zijn scherpe reukzin en het elektrische waarnemingssysteem helpen bij het lokaliseren van gewonde of verborgen dieren.

Rol in het ecosysteem

Als groot rifroofdier reguleert de zilverpunthaai de populaties van middelgrote vissen. Onderzoeken op afgelegen koraalriffen in de Indische Oceaan tonen aan dat de aanwezigheid ervan samenhangt met een stabiele structuur van hogere trofische niveaus. Ontbreekt hij, dan veranderen samenstelling en gedrag van veel rifvissen meetbaar.

Voortplanting

De zilverpunthaai is levendbarend. De embryo’s ontwikkelen zich in de baarmoeder en worden via een dooierszakplacenta van voeding voorzien. Dit voortplantingssysteem is typisch voor veel soorten van het geslacht Carcharhinus.

Drachtduur en worpgrootte

De draagtijd bedraagt ongeveer twaalf maanden. Een worp omvat meestal één tot elf jongen. De pasgeborenen meten ongeveer 60 tot 70 centimeter. Vrouwtjes brengen hun jongen waarschijnlijk ter wereld in kustgebieden met minder predatiedruk.

Geslachtsrijpheid en reproductiesnelheid

De geslachtsrijpheid wordt relatief laat bereikt. Mannetjes zijn vanaf ongeveer 1,6 tot 1,8 meter lengte voortplantingsrijp. Vrouwtjes worden meestal bij iets grotere lichaamslengtes geslachtsrijp. De relatief kleine worpgrootte en de lange draagtijd leiden tot een lage reproductiesnelheid. Populaties reageren daardoor gevoelig op verhoogde sterfte.

Langetermijnwaarnemingen wijzen erop dat vrouwtjes niet elk jaar drachtig worden. Tussen twee worpen kunnen rustperiodes liggen. Deze strategie vergroot de overlevingskansen van de moeder, maar vertraagt de populatiegroei aanzienlijk.

Huidige beschermingsstatus

De zilverpunthaai Carcharhinus albimarginatus wordt door de International Union for Conservation of Nature als ‘Vulnerable’ (kwetsbaar) ingedeeld. Deze categorie duidt op een verhoogd risico in het wild. De beoordeling is gebaseerd op gedocumenteerde achteruitgangen in meerdere delen van de Indische Oceaan en het westelijke deel van de Stille Oceaan, evenals een aanhoudend hoge visserijdruk.

De wereldwijde populatietrend wordt als afnemend beschouwd. Regionale gegevens tonen duidelijke achteruitgangen in sterk beviste kustgebieden. Betrouwbare wereldwijde populatiecijfers zijn moeilijk vast te stellen, omdat veel vangststatistieken haaien niet per soort registreren.

Belangrijkste oorzaken van bedreiging

Industriële en ambachtelijke visserij

De zilverpunthaai wordt zowel doelgericht gevangen als als bijvangst. Vooral langlijnen en netten worden gebruikt. De vinnen zijn economisch bijzonder waardevol en halen hoge prijzen op de internationale markt. Ook vlees en huid worden verhandeld. In veel regio’s ontbreekt een effectieve controle op de vangsthoeveelheden.

De soort leeft vaak in kustwateren en bij rifstructuren. Deze habitats overlappen met intensieve visserij. Daardoor is de kans om gevangen te worden groot.

Biologische gevoeligheid

De zilverpunthaai heeft een relatief lage reproductiesnelheid. De draagtijd is lang en het aantal jongen per worp is beperkt. Populaties reageren daarom gevoelig op verhoogde sterfte. Een sterke achteruitgang kan slechts langzaam worden gecompenseerd.

Verlies van leefgebied

Koraalriffen en kustgebonden ecosystemen staan wereldwijd onder druk. Oorzaken zijn onder andere overbevissing, kustontwikkeling en door de klimaatverandering veroorzaakte koraalverbleking. Omdat de zilverpunthaai sterk aan zulke leefgebieden gebonden is, hebben veranderingen daarin directe gevolgen voor zijn populaties.

Internationale beschermingsmaatregelen

CITES-regelgeving

De zilverpunthaai staat vermeld in Bijlage II van het Washingtoner CITES-verdrag. De internationale handel in producten van deze soort is daarmee vergunningsplichtig. Uitvoer mag alleen plaatsvinden als wetenschappelijk is aangetoond dat dit de populaties niet bedreigt. Deze regeling is vooral bedoeld om de wereldwijde vinnenhandel te beperken.

Regionale visserijbeheersystemen

Verschillende regionale visserijorganisaties hebben regels ingevoerd om de haaivangst te verminderen. Daartoe behoren vangverboden in bepaalde gebieden, meldingsplichten en maatregelen tegen het verwijderen van vinnen op zee. De uitvoering en handhaving verschillen echter sterk tussen landen.

Beschermde mariene gebieden

In sommige landen profiteren zilverpunthaaien van grootschalige beschermde gebieden, waarin commerciële visserij beperkt of verboden is. Dergelijke gebieden kunnen lokale populaties stabiliseren. Migratiebewegingen die de grenzen van beschermde gebieden overschrijden, blijven echter een probleem.

Beoordeling van de beschermingsstatus

De combinatie van een hoge vraag naar haaiproducten en biologische kwetsbaarheid leidt tot een aanhoudend risico voor de soort. Internationale handelscontroles vormen een belangrijke stap, maar vervangen geen doeltreffende controle op de visserij op nationaal niveau. In veel regio’s ontbreken betrouwbare gegevens over de ontwikkeling van de populaties.

De langetermijnbescherming van de zilverpunthaai hangt af van consequente vangstregulering, transparante gegevensverzameling en de bescherming van kwetsbare rifecosystemen.

Profiel

  • Eerste beschrijving:(Rüppell, 1837)
  • Max. grootte:m
  • Diepte:0 - 800m
  • Max. leeftijd:16 Jahre
  • Max. gewicht:kg
  • Watertype:
  • IUCN-status:Kwetsbaar

Systematiek

Nieuwsbrief

Haai-alarm in je mailbox

Haai-alarm in je mailbox

Echt nieuws in plaats van mythes!
- Elke 14 dagen nieuw -