De wateren rond Nieuw-Zeeland kunnen een belangrijke rol spelen bij de voortplanting van de franjehaai. Een nieuwe studie van Brittany Finucci, Teah Burke en Malcolm Francis staat sinds 2 september 2026 online vermeld bij het tijdschrift Deep Sea Research Part I.
De toegankelijke samenvatting van de voorpublicatie vermeldt 341 waarnemingen uit onderzoeksvangsten, visserijwaarnemingen en museumcollecties. Voor 32 dieren waren biologische gegevens beschikbaar. De volgende resultaten hebben betrekking op deze voorpublicatie.
Aanwijzingen voor geboorten en verschillend dieptegebruik
Pasgeboren dieren en vrouwtjes die jongen hadden geworpen wijzen erop dat franjehaaien in Nieuw-Zeelandse wateren jongen krijgen. Daarmee is nog geen duidelijk afgebakende kraamkamer aangetoond. Het team beschrijft ook verschillen in diepteverdeling naar grootte en geslacht.
De beperkte voedingsgegevens wijzen op andere diepzeehaaien als prooi. Het onderzoek vormt een basis voor vervolgonderzoek; een populatietoename valt er niet uit af te leiden. Door de kleine biologische steekproef kunnen deze regionale waarnemingen niet zomaar worden toegepast op alle populaties van de soort.


