Reuzenhaaien verzamelen zich niet alleen waar veel voedsel is. Een nieuwe modelstudie uit Ierland wijst erop dat ook de aantrekking tot soortgenoten bijdraagt. De combinatie van beide invloeden bootste waargenomen groepen beter na dan voedsel zoeken, sociale aantrekking of willekeurige beweging alleen.
Het team rond Chelsea Gray onderzocht bewegingen rond het schiereiland Inishowen in County Donegal. De op 1 oktober 2026 gepubliceerde studie beschrijft een eerste individugebaseerd model voor de reuzenhaai: afzonderlijke gesimuleerde dieren bewegen in de computer volgens vastgelegde regels. Uit hun beslissingen ontstaan grotere verspreidingspatronen.
Vier verklaringen vergeleken
De onderzoekers vergeleken vier varianten. In de ene zochten de haaien uitsluitend voedsel, in een tweede andere haaien. Een derde combineerde beide gedragingen; een vierde liet de dieren willekeurig rondzwemmen. Als vergelijking dienden waarnemingen die het publiek tussen 1982 en 2018 meldde bij de Irish Basking Shark Group en de Irish Whale and Dolphin Group.
Voor de gemodelleerde regio waren 458 waarnemingsmeldingen beschikbaar, waarvan 210 met minstens twee dieren. De simulatie beperkte zich tot april tot en met oktober en de bovenste tien meter van het water. Deze grenzen weerspiegelen dat mensen vooral haaien aan het oppervlak melden. Ze beschrijven niet het volledige leefgebied van de soort.
Voedsel en aantrekking tot andere haaien werken samen
Het gecombineerde model sloot over het geheel genomen het best aan bij de patronen in de tijd en de groepsgroottes in de waarnemingsgegevens. Alleen voedsel zoeken leverde ook groepen op, maar bootste de waargenomen patronen minder goed na. Sociale aantrekking zonder gedeelde omgevingsprikkels en willekeurige beweging gaven bijzonder onrealistische resultaten.
Het onderzoek ondersteunt daarmee de gedachte dat voedselaanbod en sociale interacties samen moeten worden bekeken. Het bewijst echter geen vriendschappen tussen bepaalde dieren en evenmin dat elke groep voor de voortplanting ontstaat. De gesimuleerde haaien verschilden niet in leeftijd, geslacht of lichaamsgrootte.
Veel ontbrekende gegevens beperken de conclusies
Zoöplankton is een belangrijke bron van onzekerheid. Voor 79 procent van de onderzochte dagen ontbraken monsters in de gebruikte planktondataset; tussenliggende waarden werden berekend. Ook de kleinschalige verspreiding van het voedsel was niet rechtstreeks gemeten. In het model werd het dagelijks opnieuw verdeeld.
Daar komt bij dat vrijwillige waarnemingsmeldingen geen systematisch uitgevoerde populatietellingen zijn. Meer meldingen kunnen ook betekenen dat meer mensen observeren of hun waarnemingen eenvoudiger kunnen doorgeven. Uit de meldingsfrequentie alleen valt daarom geen betrouwbare populatietrend af te leiden.
Een onderzoeksinstrument, nog geen voorspellingskaart
Het model is bedoeld om mogelijke processen te verklaren. Het kan momenteel niet betrouwbaar voorspellen waar morgen een groep zal samenkomen. Betere gegevens over voedsel en gedrag kunnen in de toekomst helpen om tijdelijk belangrijke leefgebieden nauwkeuriger te herkennen en risico’s van bootverkeer mee te wegen.
Twee perspectieven helpen bij de duiding: ons bericht over groepen in Donegal Bay beschrijft concrete kustwaarnemingen. Onderzoek naar reuzenhaaien in de diepzee laat juist zien hoeveel van hun leven zich onder het zichtbare oppervlak afspeelt. Het nieuwe model vult dit onderzoek aan met een instrument om verklaringen voor gedrag te toetsen.

