Opent in een nieuw tabblad

Doornhaai - Squalus acanthias

Herkenning

De doornhaai Squalus acanthias is een slanke hondshaai met spitse snuit, grote ogen, twee rugvinnen en geen aarsvin. WoRMS plaatst de soort in de familie Squalidae; de twee ongegroefde stekels voor de rugvinnen zijn het duidelijkste kenmerk en kunnen bij aanraken pijnlijke verwondingen veroorzaken.

De bovenzijde is grijs tot bruin, de buik licht, met bleke vlekken langs de flanken. Vrouwtjes worden meestal groter dan mannetjes; visserijbronnen noemen vaak een maximale lengte rond 1,6 m, terwijl veel waargenomen dieren kleiner zijn.

Huid en wondgenezing

In een laboratoriumstudie met 20 vrouwelijke doornhaaien bij ongeveer 14 °C waren huidwonden van vier millimeter doorsnee op de eerste onderzoeksdag al bedekt met een doorlopende nieuwe epitheellaag. Het zichtbare wondoppervlak nam daarna gedurende enkele weken af. Na 35 dagen ontbraken nog steeds huidtandjes op het herstelde oppervlak en was ook de diepere huidstructuur niet volledig hersteld. Vroege epitheelbedekking moet daarom worden onderscheiden van volledige genezing. De resultaten betreffen de onderzochte kleine, gestandaardiseerde wonden en kunnen niet zonder meer worden toegepast op andere verwondingen of haaiensoorten. Studie.

Endemisch voor Noord-Molukken

Squalus acanthias komt voor in boreale en gematigde zeeën in grote delen van de wereld, maar volgens de huidige taxonomie niet in de noordelijke Stille Oceaan, waar die populaties als Squalus suckleyi gelden. FishBase beschrijft de soort als marien, brakwatertolerant en trekkend langs plateaus en bovenste hellingen.

Verspreidingskaart van de doornhaai (Squalus acanthias)
Chris_huh, IGTaylor, Yuriy75, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons; converted to WebP

Doornhaaien blijven vaak dicht bij de bodem, maar kunnen ook in de waterkolom en bij het oppervlak verschijnen. Het dieptebereik loopt van zeer ondiep tot bijna 2.000 m; ontmoetingen en vangsten zijn vooral typisch voor platzeeën en koele, productieve kustwateren.

Nachtelijke rifloper

NOAA Fisheries beschrijft doornhaaien als langzaam groeiende haaien die laat volwassen worden, lang leven en in grote scholen kunnen trekken. Kleinere dieren eten vooral kreeftachtigen en andere ongewervelden; grotere nemen ook kwallen, inktvissen en scholende vissen.

De voortplanting is zelfs voor haaien traag. De jongen ontwikkelen zich in het lichaam van de moeder, de draagtijd bedraagt ongeveer 18 tot 24 maanden en worpen zijn relatief klein. Daardoor zijn populaties kwetsbaar wanneer de visserij veel grote vrouwtjes wegneemt.

Klein areaal, grote verantwoordelijkheid

De IUCN Red List beoordeelt de doornhaai wereldwijd als kwetsbaar. Gerichte visserij, bijvangst en trage herstelcapaciteit na achteruitgang zijn de kernproblemen, vooral wanneer grote laatrijpende vrouwtjes worden gevangen.

De regionale situatie kan sterk verschillen: sommige gereguleerde visserijen melden herstel of stabiliteit, terwijl andere gebieden nog historische dalingen tonen. Vangstlimieten, bescherming van grote vrouwtjes, minder bijvangst en voorzichtig regionaal beheer blijven belangrijk.

Ontmoetingen en gedrag

Voor duikers en snorkelaars is de doornhaai geen klassieke tropische shark-dive soort, maar een haai van koelere gematigde zeeën. Shark Research Institute wijst op de scherpe rugvinstekels en de trage levensgeschiedenis; bij ontmoetingen geldt vooral: niet aanraken, najagen of insluiten.

Waarnemingen zijn het meest waarschijnlijk bij koudwaterduiken, in kustbaaien, boven zand of grind, rond wrakken en in visrijke platzeegebieden. Rustig bewegen en afstand houden werkt het best, zeker wanneer meerdere dieren samen in een school passeren.

Profiel

  • Eerste beschrijving:Linnaeus, 1758
  • Max. grootte:1,60m
  • Diepte:0 - 1978m
  • Max. leeftijd:75 Jahre
  • Max. gewicht:9,1kg
  • Watertype:Zout water, Brak water
  • IUCN-status:Kwetsbaar

Systematiek

Nieuwsbrief

Haai-alarm in je mailbox

Haai-alarm in je mailbox

Echt nieuws in plaats van mythes!
- Elke 14 dagen nieuw -