Een nieuwe studie in Marine Biology toont hoe duidelijk jonge stierhaaien hun gebruik van het Galveston Bay-systeem met de seizoenen veranderen. In de zomer en herfst verbleven de gemarkeerde dieren vaak bij de grote riviermonding. In de winter werden ze daar bijna niet meer waargenomen; enkele haaien trokken zuidwaarts tot in de Aransas Bay. De langst vastgestelde afstand bedroeg 259 kilometer.
Het onderzoeksgebied ligt in de VS-staat Texas aan de noordwestelijke Golf van Mexico. Estuaria zoals Galveston Bay verbinden rivieren, baaien en kustwateren. Voor jonge stierhaaien zijn dergelijke overgangsruimten belangrijke leefgebieden, terwijl de temperatuur, het zoutgehalte en het voedselaanbod daar sterk veranderen. De studie maakt duidelijk dat voor de bescherming niet alleen afzonderlijke baaien, maar ook de verbindingen tussen hen relevant zijn.
Drie roofdierensoorten twee jaar lang acoustisch gevolgd
Het onderzoeksteam heeft telkens 20 stierhaaien, alligatorgrondeels (Atractosteus spatula) en Atlantische pijlstaartroggen (Hypanus sabinus) uitgerust met akoestische zenders. Ontvangers in de Galveston Bay Complex en in aangrenzende wateren registreerden de individuele signalen tussen september 2023 en september 2025. Binnen de baai werden 13 alligatorgrondeels, twaalf stierhaaien en elf pijlstaartroggen minstens één keer waargenomen.
In totaal werden 16.048 geldige lokalisaties in de evaluatie meegenomen. Stierhaaien vormen 75 procent van deze waarnemingen en werden gemiddeld op meer ontvangerstations geregistreerd dan de twee andere soorten. Alle geregistreerde stierhaaien waren jonge dieren. Bij het merken maten ze tussen 92,6 en 152 centimeter, gemiddeld 122,2 centimeter.
Veel lokalisaties betekenen echter niet automatisch veel haaien. Een dier kan meerdere keren op hetzelfde station worden geregistreerd, terwijl een ander het bereik van het ontvangersnetwerk verlaat. De studie vergelijkt daarom bewegings- en ruimtegebruikspatronen; het is geen telling van de populatie.
In de winter trokken stierhaaien naar het zuiden
Van de detecties van stierhaaien viel 43,1 procent in de herfst en 36,8 procent in de zomer. In het voorjaar was het 19,7 procent, in de winter minder dan één procent. Zeven van de 20 gemarkeerde stierhaaien werden buiten het Galveston Bay Complex geregistreerd. Alle waarnemingen lagen ten zuiden van de baai, onder andere in Matagorda Bay en Aransas Bay.
Vier van deze zeven dieren, dus 57 procent, keerden later terug naar het Galveston-Bay-systeem. Een stierhaai van 103,5 centimeter verliet de West Bay in oktober 2023, werd in december in Matagorda Bay waargenomen en dook in maart 2024 weer op in Galveston Bay. Dit individuele verloop illustreert de seizoensgebonden verbinding, zonder te bewijzen dat elk jong dier dezelfde route volgt.
De auteurs zien de winterse afwezigheid in overeenstemming met eerdere onderzoeken naar de invloed van watertemperatuur op stierhaaien. Temperatuur, zoutgehalte, prooi en voortplanting werden in deze studie echter niet als oorzaken getest. Ze blijven plausibele verklaringen voor de waargenomen seizoensgebonden verschuivingen, geen direct bewezen triggers.
Stierhaaien en alligatorvissen deelden bijzonder veel ruimte
Met een netwerkanalyse onderzochten de onderzoekers welke dieren binnen een tijdsbestek van 24 uur op hetzelfde station werden geregistreerd. De sterkste overlap tussen soorten werd waargenomen bij stierhaaien en alligatorpijlinktvissen. Bij Atlantische stekelroggen was de ruimtelijke overlap kleiner.
Ook binnen de eigen soort overlappen de stierhaaien bijzonder sterk. De onderzoekers vermoeden dat hierdoor de concurrentie zou kunnen toenemen en dat een op grootte gebaseerde verdeling van het leefgebied bevorderd zou kunnen worden. Dit is een ecologische interpretatie van de lokalisatiepatronen; directe concurrentie of verdrijving werd niet waargenomen.
Alligatorschildkröten bleven, stekelroggen werden zelden herkend
Alligatorbaarsjes waren het hele jaar door in Galveston Bay Complex aantoonbaar. Twee dieren trokken naar het Brazos-estuarium, waarvan één ongeveer 18 kilometer stroomopwaarts. Na deze verplaatsing werden beide tijdens de studieperiode niet meer in Galveston Bay geregistreerd.
De Atlantische pijlstaartroggen werden vrijwel uitsluitend in de zomer en alleen in West Bay waargenomen. Hieruit kan geen betrouwbare helejaarstekening worden afgeleid: 88,2 procent van hun waarnemingen vond plaats in de eerste twee maanden na het merken. Bereik en locatie van de ontvangers, mogelijk verlies van zenders en predatie kunnen het beeld daarnaast beïnvloed hebben.
Waarom West Bay met voorzichtigheid geïnterpreteerd moet worden
Bij alle drie de soorten lag het grootste deel van de waarnemingen in West Bay. Daar waren veel dieren gemarkeerd en daar concentreerde zich ook een deel van het ontvangersnetwerk. De auteurs waarschuwen daarom om het intensieve gebruik van West Bay niet onbeperkt toe te passen op de gehele populaties.
Akoestische telemetrie levert bovendien geen ononderbroken GPS-spoor. Het laat zien wanneer een dier binnen het bereik van een station kwam. Wegen tussen twee ontvangers blijven onbekend, en een ontbrekend signaal kan migratie, een netwerkonderbreking, verlies van de zender of de dood van het dier betekenen. Het kleine aantal aangetoonde individuen beperkt bovendien de generalisatie.
Bescherming heeft verbindingen tussen baai en kust nodig
Ondanks deze beperkingen is het patroon voor het beheer inzichtelijk: jonge stierhaaien maken niet alleen gebruik van een enkele kraamkamer, maar wisselen seizoensgebonden tussen estuaria en kustbaaien. Beschermingsmaatregelen, visserijregels en de beoordeling van bouw- of kustprojecten zouden daarom migratiecorridors en aangrenzende baaien mee moeten nemen.
De studie benadrukt hiermee een principe van ecosysteemgebaseerd beheer: het is niet alleen beslissend waar een soort vaak wordt geregistreerd, maar ook welke routes ze gedurende het jaar nodig heeft en met welke andere roofdieren ze leefgebieden deelt. Voor Galveston Bay zijn langere, ruimtelijk breder opgezette telemetrie-reeksen de volgende stap om de nu zichtbare patronen te onderzoeken.


