De University of Exeter heeft van Natural England 939.434 pond ontvangen voor een nieuw haaienbeschermingsproject. Drie jaar lang onderzoekt het team hoe drie bijzonder kwetsbare soorten zich door Engelse wateren verplaatsen, waar ze zich voortplanten en welke gebieden essentieel zijn voor hun populaties.
De focus ligt op drie heel verschillende haaien: de Blauwe haai (Prionace glauca), de Haringhaai (Lamna nasus) en de Toonhaai (Galeorhinus galeus). Ze zijn alle drie te vinden in de Britse zeegebieden, maar er zijn nog steeds grote gaten in onze kennis over hun seizoensroutes, verblijfplaats en broedgebieden.
Het project loopt van juli 2026 tot maart 2029 en wordt via het Species Recovery Programme van Natural England gefinancierd. Dit programma ondersteunt gerichte maatregelen voor meer dan 350 bedreigde soorten in Engeland. Bij de haaien gaat het niet om één beschermd gebied; eerst moet de kennisbasis worden opgebouwd die nodig is voor effectieve beslissingen.
75 elektronische tags onthullen verborgen bewegingen
Het project staat onder leiding van dr. Matthew Witt en dr. Lucy Hawkes van de University of Exeter. Samen met Angling Trust, Marine Biological Association en Pat Smith Database combineert het team moderne diertracking met de jarenlange kennis van Britse zeevissers.
Er zullen in totaal 75 elektronische tags worden gebruikt. Deze omvatten satellietzenders voor de lange termijn die individuele haaien maximaal twee jaar kunnen volgen. Uit de data zal blijken welke routes de dieren afleggen, of ze bepaalde gebieden langer gebruiken en wanneer ze terugkeren naar de Engelse wateren.
Dergelijke informatie is vooral belangrijk voor over grote afstanden trekkende haaien. Een waarneming of een veroveringspunt is altijd slechts een momentopname. Alleen een langere periode van elektronische monitoring kan uitwijzen of een gebied zich slechts op een doorgangsroute bevindt, dan wel dient als regulier leefgebied, als voortplantingsgebied of als leefgebied voor jonge dieren.
Echografie op zoek naar kraamgebieden
Naast tracking gebruikt het team niet-invasieve echografie. Daarmee kunnen drachtige vrouwtjes worden herkend zonder bloed af te nemen. Als deze dieren daarna met tags worden gevolgd, kunnen mogelijke werp- en kraamgebieden zichtbaar worden.
Vooral deze habitats zijn van cruciaal belang voor de bescherming. Gebieden waar regelmatig zwangere haaien verschijnen of waar jonge haaien hun eerste maanden doorbrengen, kunnen veel belangrijker zijn voor een populatie dan hun omvang doet vermoeden. Zonder nauwkeurige locatie- en tijdgegevens blijven dergelijke brandpunten echter gemakkelijk onopgemerkt.
De drie soorten hebben verschillende behoeften. Blauwe haaien leggen enorme afstanden af op open zee. Haringhaaien zijn eveneens pelagisch en staan in Europa bijzonder sterk onder druk. Toonhaaien gebruiken vaker kustwateren op het continentaal plat en kunnen regionale groepen vormen. Een gezamenlijk project kan daarom laten zien welke beschermingsmiddelen per soort moeten worden aangepast.
Kennis van vissers wordt onderdeel van het onderzoek
Een tweede focus is het werken met recreatieve vissers. Minstens 45 van hen zullen hun kennis inbrengen in workshops en gestructureerde interviews. Er zijn bijeenkomsten gepland op belangrijke vislocaties zoals Looe, Falmouth en Brightlingsea.
Historische vangstgegevens en waarnemingen over vele jaren kunnen leemtes opvullen die met een in de tijd beperkt onderzoeksproject alleen niet zouden kunnen worden opgevuld. Gecombineerd met bestaande databases en de nieuwe zendergegevens zal dit het meest uitgebreide beeld tot nu toe opleveren van de verspreiding van Blauwe haai, Haringhaai en Toonhaai in Engelse wateren.
Het betrekken van vissers heeft nog een praktisch voordeel: alle drie de soorten kunnen worden gevangen tijdens het zeevissen. Iedereen die regelmatig op het water is, kan niet alleen observaties leveren, maar ook helpen bij het ontwikkelen van zachte processen voor markeren, meten en loslaten.
Wat er na de vangst gebeurt
De tags moeten meer dan alleen verplaatsingen vastleggen. Het team wil ook onderzoeken hoe haaien reageren op vangst en vrijlating. Een dier dat levend wordt teruggezet, heeft de ervaring niet automatisch zonder schade doorstaan. Uitputting, verwondingen en langdurige hantering kunnen de overleving na vrijlating beïnvloeden.
De resultaten worden daarom gebruikt voor een gids met beste praktijken voor vissers. Het doel is concrete aanbevelingen te geven die stress en letsel verminderen en de overleving verbeteren. Zo verbindt het project fundamenteel onderzoek met maatregelen die direct op boten en vislocaties toepasbaar zijn.
Nieuwe Rode-Lijstbeoordelingen als basis voor bescherming
De gegevens worden ook gebruikt voor bijgewerkte Rode-Lijstbeoordelingen voor Engeland. Volgens de University of Exeter geldt de toonhaai in Europa als Kwetsbaar en de haringhaai als Ernstig bedreigd. Betrouwbare regionale beoordelingen vergen meer dan mondiale trends: er zijn gegevens nodig over voorkomen, aantallen, leeftijdsopbouw en het gebruik van specifieke zeegebieden.
De financiering is daarmee een belangrijke stap voor haaienbescherming. Bijna één miljoen pond klinkt als een groot bedrag, maar het wordt verdeeld over drie jaar, meerdere partners, 75 tags, veldwerk aan verschillende kusten en de analyse van omvangrijke datasets. De waarde van het project hangt er uiteindelijk van af of de resultaten tot duidelijke prioriteiten leiden.
Deze blik onder het oppervlak is ook van belang voor duikers. Grote haaien worden in Engelse wateren vaak maar kort en zelden gezien. De nieuwe trackinggegevens kunnen aantonen dat zulke ontmoetingen samenhangen met terugkerende migraties en mogelijk vitale leefgebieden. Losse waarnemingen vormen zo een betrouwbaar beeld dat gerichte bescherming kan ondersteunen.




