De Groenlandse haai kan meerdere eeuwen oud worden. Een studie in Aging Cell laat nu zien dat zijn hart duidelijke tekenen van vergevorderde veroudering draagt: fibrose, lipofuscine, oxidatieve stress en beschadigde celbestanddelen die niet volledig zijn opgeruimd. Toch leken de onderzochte dieren bij de vangst gezond en goed te functioneren.
Bij zoogdieren hangt deze combinatie vaak samen met een afnemende hartfunctie. De bevindingen wijzen daarom minder op een hart dat veroudering vermijdt dan op een hart dat opgestapelde schade mogelijk uitzonderlijk goed verdraagt of compenseert.
Fibrose in beide lagen van de hartspier
De hartkamers van haaien bestaan uit een compacte buitenlaag en een sponsachtige binnenlaag. De onderzoekers beoordeelden collageenafzettingen in de harten van tien Groenlandse haaien van 300 tot 390 centimeter. Fibrotisch weefsel kwam voor in beide lagen, tussen spiercellen en rond bloedvaten.
Een vergelijking met de zwelghaai, Etmopterus spinax, liet geen vergelijkbare interstitiële fibrose zien. Het patroon kan dus niet eenvoudig worden verklaard als een normale aanpassing die haaien met een vergelijkbare bloedsomloopdruk delen.
Ouderdomspigment en oxidatieve stress
Het team vond ook lipofuscine, een pigment dat zich ophoopt wanneer lysosomen, autofagosomen en mitochondriën beschadigd materiaal niet volledig afbreken. De verdeling ervan is een bekend cellulair kenmerk van veroudering.
De marker 3-nitrotyrosine wees op oxidatieve en nitrosatieve stress. Dat zulke veranderingen samengaan met een uitzonderlijk lang leven maakt de soort juist interessant: een hoge leeftijd betekent niet dat moleculaire schade ontbreekt.
Gezond bij de vangst, maar geen directe prestatietest
De haaien werden voor Groenland met beuglijnen gevangen. Ze hadden het aas waargenomen, gevolgd en gepakt en zagen er aan de buitenkant gezond uit. De auteurs beschouwen dit als indirect bewijs dat het hart-vaatstelsel nog functioneerde.
De studie mat pompkracht, hartritme en uithoudingsvermogen niet rechtstreeks. Veerkracht is dus een aannemelijke interpretatie, geen sluitende functietest.
Niet elk experiment gebruikte dezelfde dieren
Het onderzoek combineert kleuringen, microscopie en moleculaire markers. Verschillende analyses gebruikten verschillende deelgroepen en sommige kwantitatieve vergelijkingen omvatten slechts drie dieren per soort. Dat beperkt conclusies over geslacht, precieze leeftijd en de volledige levensduur.
De steekproef bevatte evenmin de grootste en vermoedelijk oudste dieren. Het is onbekend of de veranderingen afvlakken of blijven toenemen. Op grond van lichaamslengte waren de onderzochte haaien mogelijk ongeveer 100 tot 155 jaar oud, maar de leeftijdsbepaling van Groenlandse haaien blijft zeer onzeker.
Een lang leven door weerstand tegen schade
Het Leibniz Institute on Aging (FLI) plaatst de hartbevindingen naast genomische aanwijzingen voor DNA-reparatie en celbescherming. Welke mechanismen de hartfunctie behouden is nog onbekend; uitzonderlijk robuuste cellen, weefselarchitectuur of stofwisseling kunnen een rol spelen.
De kern is niet dat de Groenlandse haai aan veroudering ontsnapt, maar dat hij mogelijk blijft functioneren met schade die bij andere gewervelden grotere gevolgen heeft. Mogelijke medische betekenis is nog speculatief en vereist direct functioneel en mechanistisch onderzoek.


