Een nieuwe studie vindt weinig genetische diversiteit en aanwijzingen voor inteelt bij de gladde hamerhaai (Sphyrna zygaena), vooral in de Atlantische Oceaan.
Van de 87 bemonsterde dieren bleven er na kwaliteitsfilters 73 in de dataset over. De monsters dateren van vóór 2015. De analyse onderscheidt een Atlantische groep en een groep uit de zuidwestelijke Indische Oceaan met beperkte genetische uitwisseling.
Wat de kleine getallen betekenen
De geschatte effectieve populatiegroottes bedragen respectievelijk ongeveer 179 en 64. Dit zijn geen tellingen van de overgebleven haaien.
Deze maat beschrijft genetische processen binnen een populatie. Hij komt overeen met de grootte van een geïdealiseerde referentiepopulatie met dezelfde genetische drift. Hieruit valt niet rechtstreeks af te leiden hoeveel haaien er werkelijk leven.
Conclusies op basis van beperkte gegevens
Het onderzoek bestrijkt slechts ongeveer twee procent van het genoom; uit de zuidwestelijke Indische Oceaan werden maar 14 dieren opgenomen. Aanwijzingen voor lokale aanpassing blijven zwak. De onderzoekers adviseren afzonderlijke beheereenheden en het behoud van genetische verbindingen. Gemodelleerde uitwisselingsgebieden zijn geen waargenomen trekroutes.
De eerder besproken wervelanalyse van veranderingen in leefgebied biedt een andere kijk op dezelfde soort: daarbij worden chemische sporen van voedsel en leefgebied tijdens het opgroeien onderzocht. Dit ecologische perspectief vult de genetische vragen aan, zonder dezelfde variabelen te meten.


